Wonen en ondersteuning hoeven niet altijd samen te gaan. Je kunt zelf bepalen waar je kind woont en hoe de zorg wordt georganiseerd. Dat kan thuis, in een eigen woning, in een voorziening, of in een collectieve woonvorm met gedeelde ondersteuning.

Je kiest zelf of je werkt met één organisatie voor alles, of hulp combineert van meerdere mensen of diensten. In Vlaanderen is er zowel reguliere als gespecialiseerde hulp beschikbaar.

Ondersteuning is mogelijk op elke woonplek. Je kunt die zelf organiseren, eventueel met hulp van een organisatie, of alles laten regelen via een voorziening.

Let op: in voorzieningen zijn wonen en zorg vaak gekoppeld. Dat is handig, maar het kan lastig zijn als je later van zorgaanbieder wil veranderen – je kind moet dan soms ook verhuizen.

Let op de afspraken met je zorgaanbieder:

Ga je een overeenkomst aan met een zorgaanbieder? Let dan goed op wat er precies wordt beloofd. Niet elke dienstverlening is even bindend.

Belangrijk om te weten is het verschil tussen twee soorten afspraken:

  • Inspanningsverbintenis: de aanbieder belooft om zijn best te doen om hulp te bieden. Maar als er bijvoorbeeld niemand beschikbaar is (door ziekte of verlof), krijg je geen vervanging of compensatie. Je moet wel betalen, ook als de zorg niet doorgaat.

  • Resultaatsverbintenis: je betaalt alleen voor de zorg die effectief wordt geboden. Is er niemand beschikbaar, dan betaal je ook niet.

Denk ook na over je eigen situatie. Ben je er zelf een tijdje niet (bijvoorbeeld op vakantie of in het ziekenhuis)? Vraag dan op voorhand wat dat betekent voor de betaling.

Hieronder vind je een overzicht van ondersteuningsmogelijkheden die je kunt inzetten, of je kind nu thuis woont of op een andere plek

**** Dit is een eerste testversie waarvoor we met verschillende diensten de krachten gebundeld hebben. Dit materiaal nog niet verder verspreiden aub. ****

Woonondersteuning